Naast het Zwolse Ekiden- en Parijse marathongeweld koos een kleine groep BB-lopers zondag voor de Hilversumse Spieren voor Spieren City Run. Racedirector Erik Negerman had flink uitgepakt om een zeer sterk deelnemersveld neer te zetten op de 10 km. Twee ronden van 5 km vormden het goed beloopbare parcours, hoewel na afloop niet geheel ten onrechte werd opgemerkt dat je het veelvuldige hoogteverschil weliswaar probleemloos doorstaat als je in goede vorm verkeert, maar zo niet, dat het dan des te venijniger is. Namens de BB-lopers deden Arne Mulder, Erik Slomp, Falco Olivier, Leon van Leusen en Mark Hakbijl mee, met wisselende resultaten.

Arne Mulder, hier op weg naar de winst bij de Euroma KruidenloopArne Mulder, hier op weg naar de winst bij de Euroma KruidenloopArne is goed op weg richting zijn oude topvorm en snelde naar een tijd van 32:19, nipt voor de eerste loopster van het andere geslacht. Onderweg nog een moment denkend aan een hoge 31er, bleek dat vandaag nog net iets te hoog gegrepen.

Erik was vandaag niet geheel vrij van klachten, maar ging gewapend met nieuwe wondersloffen desalniettemin voortvarend van start. In een puik tempo liep hij naar een prima 33:20, niet minder dan zijn 2e tijd tot nu toe.

Falco verkeerde de afgelopen tijd in bloedvorm, maar wist het hoge tempo vandaag na 3 km niet meer vast te houden. Onderweg nog ingehaald door Erik finishte hij in een teleurstellende tijd van 33:59. Gezien zijn recente prestaties kan het eigenlijk niet anders dan een incident zijn.

Leon had voor aanvang al achillespeesklachten, maar wilde toch starten op zijn inmiddels bekende alles-of-nietsmethode. Helaas draaide het vandaag op niets uit. In de 5e kilometer kwam Mark al langszij, hem nog waarschuwend dat hij vooral geen domme dingen moest doen. Na de eerste ronde stapte hij uit.

Mark weet inmiddels steeds meer tijd vrij te maken om te kunnen trainen en dacht vooraf inmiddels 35 hoog te kunnen lopen. De vorm was zelfs beter dan gedacht en hij viel ook nog eens spreekwoordelijk met zijn neus in de boter door onmiddellijk na de start in de persoon van Marije te Raa een mooie tempomaakster te vinden. In een constant tempo leidde dit tot een eindtijd van 35:21; een duidelijk teken dat de ingezette lijn alleszins stijgend is.