Na een half jaar op de “Souplesse methode” getraind te hebben (zes trainingen per week) liep ik op de 800m, 1500m, 3000m en 5000m  respectievelijk de volgende tijden 1’54”- 3’53”, 8’17” en 14’25”. Weer een jaar later met zeven trainingen per week liep ik respectievelijk 1’50”- 3’43”- 8’08” en 14’09”.

Trainingstijden

Het grote verschil in trainingstijden tussen de traditionele trainingsmethode en controversiële “Souplessemethode” waren de trainingstijden op de intervallen die vele seconden langzamer waren dan waarin ik ze voorheen liep. Ik herinner mij nog een van de eerste trainingsweken in het bos bij Bilthoven. Klaas gaf mij de opdracht mee om 6*1000m in 3’25” minuten te lopen met 3 minuten dribbelpauze.
Dit was ongelooflijk langzaam en ik kon het niet geloven dat dit zou gaan werken! Immers tot vorige week liep ik ze in 2’50” minuten met 8 minuten pauze. Een andere training van Klaas was bijvoorbeeld 10* 400 meter in 75 seconden, terwijl ik de jaren ervoor nog 8* 400 meter in 56-64 seconden liep met 5 minuten pauze.

De grote veranderingen

In het begin had ik daar veel moeite mee en lukte het mij meestal niet om die richttijden te halen en liep ze steeds sneller dan de richttijden van Klaas, maar langzaam aan ging het steeds beter. Na een paar maanden ging ik ontspanner lopen, krachtiger en op de voorvoet en kon ik de trainingstijden gemakkelijk en gecontroleerd op de juiste snelheid lopen. Het gevoel voor snelheid dat ik hiermee ontwikkelde was zo extreem dat ik vaak zonder op mijn horloge te kijken voelde dat ik bijvoorbeeld 3’25” minuten liep op een kilometer of 75 seconden op een 400meter.

Opvallend was ook dat mijn energieniveau verbeterde tot ongekende hoogte! De dagen voor een wedstrijd had ik het gevoel alsof ik bij wijze van spreken als een stuiterbal de hele dag door mijn studentenkamer stuiterde, zoveel energie bouwde ik op met deze manier van trainen. Je kunt het ook vergelijken met als een renpaard dat bij de winterdag op stal moet blijven totdat de staldeur opengaat en het springend het land in mag sprinten.
Verder verbeterde de reactiviteit enorm en had ik in de wedstrijden weer een eindschot dat ik de laatste jaren niet meer had en waarmee ik mijzelf en mijn concurrenten verbaasde.
Mijn aërobe en anaërobe drempel verbeterden door deze manier van trainen enorm en de ouderwetse duurlopen konden mij gestolen worden.
Later in datzelfde jaar, in de winter kwamen daar de vaartspel trainingen van Herman Verheul /Klaas bij. In het weekend liep ik regelmatig een wedstrijd, een training van 6 x 1000 meter of  3- 4 * 2000 meter of een tempoloopje.